In een volgend leven wil ik terugkomen als foley artist. Misschien ken je het beroep niet, toch heb je diens werk vaker gehoord dan je denkt: elke keer als je naar een film kijkt. Voetstappen van je favoriete acteur? Gemaakt door de foley artist; in een grindbak, op een houten vloer of in een hoop zand in een studio. Piepende deuren of krakende traptreden in een spookkasteel? Foley artist.
Dat vak ontstond precies een eeuw geleden. Er waren toen alleen nog stomme films; films zonder opgenomen geluid, met een orkest dat live meespeelde tijdens de voorstelling.
Maar in 1927 kwam filmmaatschappij Warner Bros met The Jazz Singer, de eerste speelfilm met gesynchroniseerde dialoog van de acteurs. Die revolutie bracht een schok teweeg in Hollywood. Zeker bij concurrent Universal Pictures. Die had ook net een muziekfilm uitgebracht, Show Boat; maar dan, zoals toen gebruikelijk, zonder geluid.
Universal kon niet achterblijven en maakte dus een inhaalslag: dankzij de nieuwe techniek kon de muziek worden toegevoegd aan de montage van de film, in plaats van telkens live mee te spelen. Ze deden bij Universal nog iets meer: ze namen geluidseffecten op, zoals applaudisseren, lachen en andere geluiden. Hierdoor kreeg de film een extra belevingslaag. De verantwoordelijke hiervoor was de assistent van de regisseur, ene Jack Foley. Wat begon als een experiment, heeft hij in de rest van zijn carrière geperfectioneerd. Zozeer dat zijn achternaam de naam van het beroep werd. Op de aftiteling van elke speelfilm zie je foley artist staan: de persoon die elk geluid dat je ‘ziet’ creëert.
Mijn eigen liefde voor geluid begon niet in Hollywood, maar in een Nederlandse montageruimte. Daar monteerde ik als 24‑jarige video’s voor het Wereldnatuurfonds, met bestaande beelden van Italiaanse cameraploegen. Die hanteren een bepaalde, kenmerkende techniek die je nog vaak terugziet in de journaals van RAI Uno. Nu ben ik een groot fan van de Italiaanse cinema, maar daar hebben deze cameramensen vast nooit gewerkt. Waar de Italiaanse speelfilms uitblinken in mooie, gedragen shots, zijn de tv‑mensen behept met een zekere ongedurigheid die ongetwijfeld past bij het beruchte Middellandse Zee‑temperament. Een pan of een tilt gaat dus niet rustig opzij of omhoog, maar beweegt alle kanten op. Ook ontbrak er vaak iets. Zoals een essentieel shot. Of gewoon: het geluid; vergeten de microfoon aan te zetten – kan iedereen gebeuren.
Ik herinner me de video die ik monteerde over het kappen van het regenwoud. Op het moment dat een enorme boom is doorgezaagd en gaat omvallen, had de geluidsman de microfoon uitgezet. De woudreus valt geluidloos om. Dat kan natuurlijk niet in de montage van een campagnefilmpje dat juist het drama van het kappen van het regenwoud moet aankaarten. Maar waar haal je zo’n indrukwekkend geluid vandaan? Na wat experimenteren met bureaustoelen en zware voorwerpen, probeerde ik het met een stuk papier. Als je dat doorscheurt en op halve snelheid afspeelt, geeft dat toch een indrukwekkende herrie!
Niet veel later werd ik geluidsman (she, her) bij RTL Nieuws. Geen van de verslaggevers heeft het ooit gebruikt, maar wat had ik een plezier om fluitende vogels of wegscheurende auto’s op te nemen.
Gelukkig kan ik mijn hart inmiddels ophalen op dat vlak. Want sinds begin dit jaar ben ik een zestal afleveringen van een audiodocumentaire aan het monteren. Het is een fascinerend waargebeurd verhaal waarvoor ik samen met Rick Nieman de research heb gedaan. In eerdere columns heb ik er weleens iets over laten vallen, want we zijn er al een tijdje mee bezig en hebben meerdere betrokkenen geïnterviewd. We hebben archieven van Deventer tot Los Angeles geraadpleegd, bezochten de huizen van de twee hoofdrolspelers en deden bijzondere ontdekkingen. Rick schrijft er het boek De goeroe en de baron over. En ik verwerk de research in mijn audiodocumentaire De zoektocht naar de goeroe en de baron. Het is niet zo’n podcast met gezellig geklets aan de keukentafel, om het maar even ongenuanceerd te zeggen, maar een verhalende productie die ik als een speelfilm benader, waar – naast de dialogen en interviews – het geluid een grote rol speelt.
Ten onrechte is geluid een ondergeschoven kindje. Denk aan de thriller Jaws, maar dan zonder dat pulserende motief en de onnatuurlijke stilte vlak voor een aanval. Dan is er opeens niks engs aan. Het is een combinatie van muziek en geluidseffecten die bepaalt hoe je de beelden ervaart.
En zo ben ik, gewapend met microfoon en verbeelding, toch een beetje de foley artist van mijn eigen audiodocumentaire. Soon in a Podcast Theatre Near You! Of via onderstaande link.