Tijdens het FIAR Jaarcongres 2026 gaf Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS, een heldere en actuele duiding van de economische stand van Nederland. Zijn centrale boodschap: de Nederlandse economie presteert beter dan vaak wordt gedacht. Groei, stijgende lonen en een sterke arbeidsmarkt bieden een stevig fundament. Tegelijkertijd blijft de consument terughoudend, mede door geopolitieke onzekerheid en zorgen over inflatie. Daarmee schetste Van Mulligen een economie die veerkrachtig is, maar waarin vertrouwen nog altijd een bepalende factor blijft.
Nederlandse economie presteert bovengemiddeld
Volgens Van Mulligen heeft Nederland zich de afgelopen jaren opvallend goed staande gehouden. Sinds de coronaperiode en de Russische invasie in Oekraïne groeide de Nederlandse economie sterker dan het gemiddelde van de Europese Unie en duidelijk beter dan Duitsland, waar de economie al geruime tijd stagneert. Voor 2025 wees hij op een economische groei van bijna 2 procent, ongeveer gelijk aan het langjarig gemiddelde.
Die relatief sterke prestaties tonen volgens hem aan dat de Nederlandse economie flexibel is en goed kan omgaan met veranderende omstandigheden.
Productiviteit stijgt weer
Een tweede positief signaal is de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit. Van Mulligen liet zien dat de productie per gewerkt uur in 2025 sterk is toegenomen. Dat is relevant, omdat productiviteitsgroei essentieel is voor toekomstige welvaart en economische concurrentiekracht. Zowel in Nederland als in Europa staat dit onderwerp hoog op de agenda.
Tegelijkertijd plaatste hij een kanttekening: bedrijven investeren nog onvoldoende in vernieuwing en groei. Hoewel winsten zijn gestegen, blijft de investeringsquote achter. Daar liggen volgens hem kansen, onder meer op het gebied van innovatie, digitalisering en AI.
Huishoudens financieel sterker, maar voorzichtig
Ook huishoudens staan er volgens de cijfers beter voor dan het sentiment soms doet vermoeden. Reële lonen stijgen al geruime tijd, waardoor veel werknemers er in koopkracht op vooruitgaan. Ook uitkeringen en pensioenen profiteren deels mee van loonontwikkelingen.
Toch vertaalt dit zich niet volledig in extra consumptie. Nederlanders geven wel meer uit, maar sparen tegelijkertijd meer. De totale spaartegoeden zijn volgens Van Mulligen opgelopen tot ruim €540 miljard. Dat duidt erop dat consumenten financieel ruimte hebben, maar terughoudend blijven.
Vertrouwen onder druk door inflatie en wereldwijde spanningen
De belangrijkste verklaring voor die voorzichtigheid ligt volgens Van Mulligen in het consumentenvertrouwen. Veel huishoudens zijn nog steeds gevoelig voor prijsstijgingen en onzekerheid, mede door de recente inflatieschok en spanningen in het Midden-Oosten. Hogere brandstofprijzen werken snel door in het dagelijks leven en beïnvloeden het sentiment direct.
Daarmee ontstaat een opvallend contrast: economisch gaat het relatief goed, maar psychologisch overheerst nog vaak onzekerheid.
Arbeidsmarkt blijft structureel krap
Ook de arbeidsmarkt kwam aan bod. Nederland kampt nog altijd met een groot tekort aan personeel. Volgens Van Mulligen vormt vergrijzing daarbij een structurele uitdaging. Minder werkenden moeten in de toekomst meer vraag opvangen. Dat maakt investeringen in productiviteit en technologische ondersteuning des te belangrijker.
Energiemarkt
Tot slot stond Van Mulligen stil bij de energiemarkt. Geopolitieke spanningen maken opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar afhankelijkheid van fossiele energie kan zijn. Daar tegenover staat dat Nederland steeds meer elektriciteit opwekt uit zon en wind. Volgens hem kan verdere verduurzaming niet alleen klimaatwinst opleveren, maar ook economische stabiliteit en strategische onafhankelijkheid versterken.
Van Mulligen sloot af met een nuchtere observatie die goed past bij zijn presentatie: de Nederlandse consument hoeft minder somber te zijn dan vaak wordt gedacht. De cijfers geven daar in elk geval aanleiding toe. De uitdagingen zijn reëel, maar de uitgangspositie van Nederland is sterk.